Style Selector
Layout Style
Boxed Background Patterns
Boxed Background Images
Color Scheme
All Sermons
Bible Passage Filippenzen 4: 4 - 7
book 1 Tessalonicenzen, in .

Dementie

  • Siebe Sijtsema
Date preached 17 October 2021

Jesaja 49: 15 en 16

Filippenzen 4: 4 – 7

Het was iets met een sterretje…..
Peinzend stond ik voor de deur van de gesloten afdeling in het verpleeghuis.
Ik was de code vergeten die je moest intoetsen om naar buiten te kunnen.
Naast me zat een man in een rolstoel die ook de code niet wist en niet mocht weten.
Ik pijnigde mijn hersens maar ik had ze niet op een rijtje, de cijfers.
De man in de rolstoel zei:  “Het begint met een sterretje’.
Tenslotte ben ik op zoek gegaan  naar een verzorgende die behulpzaam met me meeliep en de juiste code intoetste.
“Sesam open u” zei ze bezwerend. Opgelucht kon ik naar buiten.  “Tot ziens” zei ze….
Even schoot het door mijn hoofd: Hoe bedoelt ze dat nou, dat ‘tot ziens’?
Want toen ik omkeek zat,  achter de gesloten deur,  nog steeds die meneer in zijn rolstoel,  die net als ik de code vergeten was.

……

“Dan zingen we nu als eerste versje”  begon ik mijn eerste kerkdienst in het verpleeghuis waar ik voor moest gaan.
“We zingen hier geen versjes  hoor dominee,  het is geen  zondagsschool” riep één van de aanwezigen mij tot de orde.
En terwijl we ons eerste versje zongen, werd ik me pijnlijk bewust wat de man bedoelde: “We zijn niet kinds dominee, alleen wat vergeetachtig”.
Vol bewondering kijk ik naar de verplegers en verpleegsters: Jobsgeduldig, zorgzaam zonder kinderachtig te worden en ik denk:
“Waarom wordt dit liefdewerk zo slecht betaald?  Hebben we in onze maatschappij  zo weinig over voor de zorg aan deze vergeten groep?”
De verzorgenden zeggen:  “Je moet er om kunnen lachen,  anders hou je het niet vol”.
Ze hebben gelijk maar het lachen vergaat je als het om je eigen vader of moeder,  je eigen partner gaat.  Als degene die jou je leven lang gekend heeft,
je nu vergeten lijkt.
Wie zal beschrijven wat er omgaat in het hoofd en hart van de vrouw, de man, de kinderen die weer op bezoek gaan bij iemand  die hen steeds wildvreemder wordt? Er is vaak al heel wat afgetobd voordat ze hebben willen erkennen dat het thuis echt niet meer ging.
Ze hebben duizend angsten uitgestaan als hij overdag ineens de deur uit was of ’s nachts op een agressieve of vreemde manier zijn kleren aantrok om naar zijn werk te gaan.  Ze hebben zijn verwardheid gezien als het hem zelf ineens begon te dagen en het hem helder voor de geest stond dat er iets mis was.
Ze werden mantelzorger, soms gevangene in eigen huis want ‘je kunt hem geen moment alleen laten’.
Uiteindelijk hebben ze hem uit handen moeten geven. Ze hebben hem zelf naar het verpleeghuis gebracht en verstijfden van schrik  toen ze zagen bij wie hij in de huiskamer kwam.  Zo erg is hij toch niet?
Naast de bittere gevoelens van machteloosheid en verdriet, is er soms dat martelende gevoel van schuld: Mogen we haar dit aandoen? Ben ik nu niet te egoïstisch?
Elke keer als ze op bezoek gaan, heeft dat iets pijnlijks want zij is er wel maar tegelijk ook niet.  Je hebt hem maar ook weer niet.  Stukje bij beetje neem je afscheid.  Hopelijk zijn er broeders en zusters die zorg hebben voor jou die niet vergeten hoe moeilijk het is voor wie de code van buiten kennen omdat ze er zo vaak komen.
Er is veel goedbedoelde troost.  Er wordt gezegd:  hij wordt goed verzorgd of: wees blij dat je haar nog hebt. Maar wat werkelijk troost is: een luisterend oor, ruimte om te kunnen zeggen dat je je machteloos voelt, schuldig, dat je soms wenst dat hij er niet meer is.

Ik wil het wel eerlijk weten: Elke keer als ik daar de deur uitga,  haal ik opgelucht adem.
Ik heb de code op een briefje geschreven,  voor de zekerheid want vergeetachtigheid maakt onzeker.
Youp  van ’t Hek heeft een prachtig liedje geschreven over zijn moeder die Alzheimer kreeg.
Hij zingt: “ Ach meneer Alzheimer,  ga alstublieft mijn deur voorbij maar als u mij dan toch moet hebben, neem dan alleen mijn slechte herinneringen af en laat me alstublieft de goeie houden”.
Maar zo selectief is meneer Alzheimer niet. Hij neemt vaak alles van je af: Je goeie dingen, je liefde, en soms zelfs je God.
“Hij begint zo te vloeken” zei ze wanhopig “Dat heeft hij nog nooit gedaan. God vergeve het”.
Ja , God vergeve en vergete het. In Zijn liefde die alle verstand te boven gaat, zal Hij straks niet vragen wat wij allemaal nog weten of we de gedragscode nog wel kennen.  Hij zal Zijn deur open doen en ze zullen binnenrollen  in het land waar geen mens God-vergeten is.
En met hen  rollen hopelijk ook wij binnen, die ook zo vaak vergeetachtig zijn  als het om God gaat.
Maar hoe vergeetachtig we ook zijn, hopelijk blijven we ons herinneren  dat er een code is, die begint met een sterretje, de ster van Bethlehem.
En dan volgt de rest vanzelf: liefde,  genade,  vrede die alle verstand te boven gaat.
In naam van die God, moeten we maar proberen  om elkaar liefdevol nabij te zijn en elkaar niet te vergeten.
Misschien is dat de code die deur naar een ander opent.

……..

Bij ’t uitgaan van de kerk, groet ik hen bij de uitgang.
“We hebben ‘Grote God wij loven U’ niet gezongen” zegt iemand en natuurlijk is er ook die meneer die elke keer zegt:
“Dominee, ik heb geen geld bij me”.  Misschien is hij vroeger diaken geweest.  Hij zal niet lang meer leven ,weet ik.
Straks rolt hij richting hemelpoort en nog eenmaal zal hij zeggen: “Ik heb geen geld bij me”.
Ik vertrouw en geloof dat hij dat dan voor ’t laatst zal zeggen omdat zijn code en hopelijk ook de onze, met een sterretje begint.
Dan worden deuren geopend want Hij zal gekend zijn door God  en hij zal God kennen.
amen